Buikgeluiden

#5 Vluchtroutes

Als ik in een restaurant ben kijk ik altijd waar de nooduitgangen zijn. Als ik in een hotel slaap, overhoor ik mezelf of ik naar links of rechts moet als er brand is. Als ik luister naar een voordracht tijdens een festival dwalen mijn ogen af naar waar ik me zou kunnen verstoppen als er mensen komen schieten en bedenk ik welke routes ik kan nemen. De mogelijkheid dat andere mensen hier ook over nadenken en mijn hypothetische verstopplekken stelen neem ik niet in acht. Ik ben nog nooit vergeten dat je bij een aardbeving in een deuropening moet staan.
Het is geen uit angst gedreven gewoonte, eerder een hobby die toevallig invloed heeft op overlevingskansen.

Op verjaardagen probeer ik in gesprekken ook te ontwaren welke vluchtroutes andere mensen ontwikkelen om zich te beschermen tegen het contact, verveling, leegte of het algemene zelf; de dingen die potentieel veel intiemer en gevaarlijker zijn dan terrorisme of natuurgeweld. Naast de gebruikelijke mogelijkheden van drugs, alcohol, seks en werk zijn er subtielere nooduitgangen zoals oogcontact vermijden, grapjes maken of iets te eten gaan zoeken. Ik zoek mijn toevlucht over het algemeen in lezen. Dat kan vaak niet op een feestje dus kies ik voor mijn tweede neiging, analyseren. Het gaat me makkelijk af, andere mensen vinden het vaak leuk en ze hebben soms niet eens door dat ik er niet meer ben.

 

 

 

 

Niemand krijgt bij zijn geboorte een plattegrond met nooduitgangen. Net als dat er ook geen levensstewardessen zijn die zeggen dat je koffer te zwaar of te groot is, wat je moet doen als de druk wegvalt, of waar je zwemvest ligt. Niemand komt zeggen dat je je tafeltje beter kunt opklappen omdat er turbulentie op komst is. Je leert van mensen hele andere dingen, zoals dat dinsdag na maandag komt, dat je maar een keer per jaar jarig bent en dat je elke dag moet afwassen. Je leert dat je weliswaar iemand bent maar niemand zegt wie. Dit heeft de nieuwswaarde van een aangekondigde lente, het verrast me elke keer.

Waar kom je als je zelf wel een nooduitgang vindt en die volgt? Buiten? Waar buiten? Kom je weer aan het begin? Sta je weer op het feestje? Staan er mensen te wachten en kan je nog terug?
Het doet me denken aan het boek The Bricks that built the Houses van Kate Tempest. Daarin lijden de personages aan allerlei existentiële krampen en zoeken naar verlichting op bekende en obscure manieren. Het is verleidelijk om deze levens te reduceren tot mislukkingen of vluchten uit de werkelijkheid maar er is één zin die dat verhindert, die zorgt dat de machine de andere kant op begint te draaien. Ik zoek nog naar manieren om hier dagelijks aan herinnerd te worden:
‘They are not trying to escape, they are trying to arrive.’ 

Ook last van een buikgeluid? Mail dan naar simone@ademinn.nu