Stilte

Vorige week stond ik driftig de droge was af te halen. Het duurde niet lang of ik was vergeten dat ik ermee bezig was, want mijn hoofd vond plots dat de wc schoon moest. Een paar seconden later zat ik boenend op de vloer van het toilet, omringd door schone rompertjes. Toen ik een ananas naast de pot zag liggen, kreeg ik tranen in mijn ogen. Hoe die daar kwam, weet ik eigenlijk nog steeds niet. 

Als dit soort dingen me gebeuren, weet ik hoe laat het is. Mijn hoofd heeft te veel gepiekerd en de kortsluiting is nabij. Bijna overspannen. Er is maar één ding dat dan nog helpt: stilte. 

Maar ehm... Ik ben moeder geworden in januari dus stilte is geen optie meer. De baby is awesome, maar ik heb geen moment om op mijn reet te zitten, laat staan om in stilte door het raam te turen en een kop thee te drinken. Nee man. Ik ben of pastinaak aan het pureren of flesjes aan het uitkoken of kotsvlekken aan het bestrijden. Stilte past niet in dat schema.  

Althans, dat dacht ik; want geloof me, als je naast de plee zit met een ananas en een zooi schone rompertjes om je heen, is het tijd om een momentje stilte af te dwingen. 
Dus duw ik de baby in papa’s armen en fiets naar Adem Inn. Zonder laptop of boek. Voor de deur wacht ik even. Ik denk aan mijn baby. Ze zit waarschijnlijk nog steeds onder de kotsvlekken. Als ik naar binnen loop, vertragen mijn stappen automatisch. Aan de bar voel ik me al kalmer. Ik bestel een kop gemberthee en wacht geduldig. Hier is geen haast. 

Als ik de deur naar de stilteruimte open, voel ik een schok in mijn lijf. Ik aarzel even, want stilte is confronterend. In de stilte vind ik terug wat mooi is maar al wat lelijk is kan me ook besluipen. De donkerste gedachtes – ben ik wel een goede moeder, ben ik wel een goede schrijver, verdien ik wel een momentje voor mezelf – kunnen me overvallen. Wil ik wel weten wat voor ellende zich vandaag in mijn stilte schuilhoudt? 

Willen misschien niet. Nodig is het wel. En in Adem Inn durf ik het. Dus loop ik door en glimlach naar de jongen die in de boot zit, hij glimlacht terug. Hij durft het ook. Ik nestel me in de luie stoel, snuif de geur van mijn thee op en sluit mijn ogen. Een diepe ademhaling. Ik zal alles wat er komt toelaten: mooi en lelijk. 

Ik neem kleine slokjes thee, adem de rust in en merk dat mijn hoofd me vandaag niks lelijks toespeelt. Vandaag is de stilte niets om bang voor te zijn. De stilte is alleen warm en open. Ze ruikt naar gember. 

Lianne Collignon