Betekenisvol werk - Werk en de moet-parade

‘Voor jullie generatie moet alles altijd maar leuk zijn’. Het is een uitspraak die de laatste tijd vaker resoneert in de generatiedialogen die ik per ongeluk en expres voer. Hij gaat over werken en wordt op me afgevoerd als ik hardop nadenk – of misschien is het gewoon zeuren – over mijn werkende bestaan. Het moet allemaal zo snel mogelijk precies goed zijn. Net zoals die andere basiswaarden zoals relaties, wonen, reizen, eigenlijk alles. Precies goed betekent dan: urgent, maatschappelijk relevant, persoonlijk interessant, uitdagend, vernieuwend en constructief bovendien. Werk loopt gehoorzaam mee in de moet-parade.

‘Ja maar!’ zeggen mijn collega mensen van vijftig jaar en ouder, ‘met werken verdien je toch gewoon je geld’. Met dat geld doe je vervolgens wat je leuk of nodig vindt. Zodoende werk je om een hobby te kunnen cultiveren of vrijwilligerswerk te kunnen doen voor medemens- of dier. Je werk zelf hoeft heus niet je levensader te zijn. Het is maar een onderdeel en als dat toevallig leuk is ben je een extra tevreden mens. Soms denk ik dat ze gelijk hebben maar meestal niet. Werken voor geld is passé. Sorry voor de overkant maar het is gewoon niet sexy meer. Ik ken geen mensen die werken voor geld en daar verder geen gevoel bij hebben, variërend van nut tot algemene leukheid en politieke noodzaak. In het zeldzame geval dat ze dat wel doen is het tijdelijk – en vreselijk.

Waar moet je je opstellen in dit schijnbaar onschuldige maar toch zo beladen speelveld? Sta je aan de kant van werken voor geld, c’est tout of raakt werken aan andere, diepere zaken? Ik kan geen schone keuze maken, want ik werk soms puur voor het geld en wantrouw de moet-parade ook sterk. Toch heeft de kant van zingevende arbeid heeft een magnetische werking.

Als ik werk vind ik dat mijn bestaan gelegitimeerd is. Dit moet minder bombastisch geformuleerd worden: Als ik werk vergeet ik na te denken over waarom mensen bestaan. Het is mislukt, ik heb geen verweer, zo moet het er staan.

Nu wordt het zomer (misschien, want bij regen telt dat niet schijnbaar), binnen wordt het stiller. We zijn buiten, in tuinen en parken en op stranden, in gezelschap van vrienden en onbekenden. Voor een paar weken zijn we legitiem en in elkaars nabijheid onproductief, terend op ons vakantiegeld.
In augustus begint de moet-parade weer.